Wat wijzigt voor werkgevers per 1 januari 2026?

Wat wijzigt voor werkgevers per 1 januari 2026?

Wat verandert er in het Nederlandse arbeidsrecht per 1 januari 2026? Waar moet u als werkgever rekening mee houden? Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.  

1. Handhaving schijnzelfstandigheid: gedeeltelijke verlenging zachte landing

Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer op de kwalificatie van arbeidsrelaties voor loonheffingen. Gedurende het eerste jaar was sprake van een zogeheten ‘zachte landing’. Het was de bedoeling dat vanaf 1 januari 2026 weer de normale regels voor handhaving en boeteoplegging zouden gaan gelden. 

Op 18 december 2025 heeft het kabinet aan de Tweede Kamer toegezegd om de zachte landing deels te verlengen tot 1 januari 2027. Dat betekent dat de Belastingdienst in 2026 nog geen verzuimboetes oplegt en in beginsel het toezicht start met een bedrijfsbezoek. Er kunnen echter wél vergrijpboetes worden opgelegd in het geval er sprake is van kwaadwillendheid (opzet of grove schuld). Ook kan de Belastingdienst weer met terugwerkende kracht naheffingen opleggen voor de periode vanaf 1 januari 2025. 

2. Uitzendkrachten

Met ingang van 1 januari 2026 treedt de nieuwe CAO voor Uitzendkrachten 2026-2028 in werking. Vanaf dat moment dient het totaalpakket aan arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten minimaal gelijk te zijn aan die van werknemers in gelijke of vergelijkbare functies die rechtstreeks bij de inlener in dienst zijn. Niet alle arbeidsvoorwaarden hoeven exact hetzelfde te zijn. Het gaat erom dat de optelsom gelijkwaardig is. Dit uitgangspunt is ook neergelegd in het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers, welk onderdeel naar verwachting per 1 juli 2026 in werking zal treden. 

3. Nieuw pensioenstelsel

Op 1 januari 2026 gaan er ruim 9,5 miljoen pensioenen over op het nieuwe stelsel onder de Wet toezicht pensioenen (Wtp).

4. Verhoging minimumuurloon

Het minimumuurloon stijgt door indexatie. Het minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder gaat van EUR 14,40 naar EUR 14,71 bruto per uur. Voor werknemers van 15 tot en met 20 jaar gelden minimumjeugduurlonen die zijn afgeleid van het reguliere minimumuurloon: 

Leeftijd Minimumloon per uur
21 jaar en ouder EUR 14,71
20 jaarEUR 11,77
19 jaarEUR 8,83
18 jaarEUR 7,36
17 jaarEUR 5,81
16 jaarEUR 5,07
15 jaarEUR 4,41

5. Verhoging WNT-bezoldigingsmaxima

Voor 2026 is het algemene bezoldigingsmaximum uit de Wet Normering Topinkomens (WNT) vastgesteld op EUR 262.000 (2025: EUR 246.000). De WNT maximeert de bezoldiging van topfunctionarissen in de (semi)publieke sector. Voor de sectoren onderwijs, cultuur, media, woningcorporaties, zorg en ontwikkelingshulp zijn verlaagde maxima vastgesteld. Voor zorgverzekeraars geldt een verhoogd maximum. Op topinkomens.nl is een overzicht gepubliceerd van de bezoldigingsmaxima WNT voor 2026. Ook zijn de nieuwe Uitvoeringsregeling WNT 2026 en Beleidsregels WNT 2026 inmiddels gepubliceerd. 

6. Onbelaste thuiswerkvergoeding en reiskostenvergoeding

De onbelaste thuiswerkvergoeding wordt verhoogd naar maximaal EUR 2,45 per dag in 2026 (2025: EUR 2,40).

De maximale onbelaste reiskostenvergoeding blijft EUR 0,23 per kilometer.

7. Vergoeding extraterritoriale kosten (ETK-regeling)

De regeling inzake extraterritoriale kosten wordt versoberd. Dit houdt in dat bepaalde kosten niet meer onbelast vergoed kunnen worden vanaf 2026. Het gaat hierbij om de extra kosten van levensonderhoud, waaronder kosten van gas, water, licht en andere nutsvoorzieningen, en extra gesprekskosten voor privédoeleinden met het land van herkomst.

8. Maximum pensioengevend loon

Het maximum pensioengevend loon per 1 januari 2026 blijft ongewijzigd en is voorlopig vastgesteld op EUR 137.800 bruto

9. Transitievergoeding

De transitievergoeding bij ontslag stijgt naar maximaal EUR 102.000 (thans: EUR 98.000). Of, als het jaarsalaris hoger is dan EUR 102.000, maximaal één bruto jaarsalaris.

10. RVU: drempelvrijstelling en heffing 

De RVU-drempelvrijstelling stijgt naar EUR 2.357 bruto per maand. Om de RVU toegankelijker te maken voor werknemers met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen, kan de werkgever boven op de basis RVU-uitkering (netto gelijk aan een AOW-uitkering) maximaal EUR 300 bruto per maand extra toekennen. 

Daarnaast wordt het tarief van de pseudo-eindheffing voor een RVU boven de RVU drempelvrijstelling stapsgewijs te verhoogd: 57,7% in 2026, 64% in 2027 en 65% in 2028.

11. Excessieve vertrekvergoeding

Werkgevers moeten 75% belasting betalen over het excessieve deel van vertrekvergoedingen van werknemers die uit dienst gaan. Deze pseudo-eindheffing is alleen verschuldigd als het toetsloon meer is dan het drempelbedrag en voor zover de vertrekvergoeding hoger is dan het drempelbedrag. Het drempelbedrag stijgt in 2026 naar EUR 700.000 (thans: EUR 680.000).

12. AOW-leeftijd ongewijzigd

De AOW-leeftijd voor 2026 en 2027 blijft 67 jaar en voor 2028 t/m 2031 67 jaar en 3 maanden.

13. Geen loonkostenvoordeel (LKV) meer voor oudere werknemers

Vanaf 1 januari 2026 krijgt een werkgever geen loonkostenvoordeel (LKV) meer voor het in dienst nemen van een werknemer van 56 jaar of ouder. Dit geldt voor werknemers die op of na 1 januari 2024 bij de werkgever in dienst zijn gekomen. Voor werknemers die zijn begonnen vóór 1 januari 2024 blijft het loonkostenvoordeel wel gewoon gelden.

Voor een overzicht van de (overige) fiscale wijzigingen op het punt van arbeid en loon per 1 januari 2026, zie de Nieuwsbrief Loonheffingen 2026 van de Belastingdienst.

Related capabilities